(Politiek) links en de erfzonde

Confiteor

‘Door mijn schuld, door mijn schuld, door mijn grote schuld…’ Al wie christelijk werd opgevoed, herkent deze woorden uit de katholieke schuldbelijdenis, waarin de gelovigen berouw vragen voor hun zonden. Volgens de kerkelijke leer wordt de mens immers als zondaar geboren, en moet hij boeten voor de oerzonde die Adam en Eva begingen door te eten van de boom van de kennis van goed en kwaad. Als straf voor hun ongehoorzaamheid werd het eerste mensenpaar verdreven uit het paradijs, de Tuin van Eden. Al hun nakomelingen – en dat zijn er ondertussen al wat – leven sindsdien in een onvolmaakte wereld en met een aangeboren zonde- en schuldbesef. De (erf)zonde is de allegorische verklaring voor de teloorgang van het oorspronkelijke paradijs dat God voor de mensheid had geschapen.

Dit verhaal, dat uit Genesis komt, heeft het beeld gecreëerd van de eeuwige zondaar. Van bij zijn geboorte is de mens beladen met een Schuld, waaraan hijzelf nochtans geen ‘schuld’ heeft, en die hij bijgevolg nooit zal kunnen inlossen. Het thema van dat schuldbesef loopt, onder meer, als een rode draad door het werk van schrijver Ivo Michiels, die aanvankelijk vanuit een christelijke inspiratie schreef. In het verhaal ‘De schildwacht’, in Verhalen uit Journal brut (1958), wordt een soldaat tot de dood met de kogel veroordeeld, omdat hij weigerde te schieten op een (vermeende) deserteur. De priester die hem in de uren voor zijn executie gezelschap houdt, probeert hem te troosten met de volgende woorden: ‘U bent misschien niet schuldig aan de feiten waarvoor men u veroordeeld heeft en waarvoor u sterven gaat. Maar altijd is er ergens een schuld. Sterf dan voor de schuld die u niet kent of niet beseft, maar die er is. En God is barmhartigheid.’ (pp.115-116).

Van de idee dat er ‘altijd wel ergens een schuld is’, is het Christendom diep doordrongen. Het leven wordt vanuit deze visie beschouwd als een boetedoening, waaraan eigenlijk geen einde komt. De verlossing van de erfzonde is immers niet in deze wereld te vinden, maar uitsluitend in het hierna­maals. Tijdens zijn aardse bestaan kan de mens niet anders dan zich deemoedig neerleggen bij zijn onvolmaaktheid, zijn lijden en sterfelijkheid. Door naastenliefde, bidden en de navolging van christelijke voorschriften kan de mens zijn schuld gedeeltelijk inlossen. Maar hoe hard hij ook zijn best doet; een terugkeer naar de oorspronkelijke Tuin van Eden is in dit leven voor altijd onmogelijk geworden. Gods koninkrijk is immers ‘niet van deze wereld’.

De utopie van de ideale samenleving

In de 19e en 20e eeuwen ontstonden er ideologieën, zoals het liberalisme, het socialisme en het communisme, die zich niet neerlegden bij dit fatalistische mens- en wereldbeeld. Zij gingen ervan uit dat de mens zijn lot in eigen handen kan nemen en dat de samenleving voor een groot deel kan worden gestuurd en aangepast in de richting van de ‘ideale staat’. De mens wordt niet langer opgezadeld met een levenslang schuldbesef, maar – integendeel – aangemoedigd om te streven naar een verbetering van zijn eigen levensomstandigheden en die van anderen. De maatschappij wordt vanaf dan niet langer als een statische gegevenheid beschouwd, maar als een sociale evolutie die constant voor verandering vatbaar is. Over hoé die nieuwe staatsvormen het best tot stand konden komen, liepen de meningen sterk uiteen.

‘Vrijheid, gelijkheid, broederlijkheid’ was onder meer de slogan van het liberalisme, dat opkwam voor meer individuele vrijheid, tolerantie, vrije markteconomie, en de scheiding van kerk en staat. Maar terwijl de liberalen ijverden voor minder inmenging van de overheid, die alleen een regulerende functie kreeg, streefden het socialisme en het communisme juist naar meer macht voor de staat en minder voor het individu. Karl Marx beschouwde de geschiedenis vanuit het standpunt van het historisch materialisme: het zijn de economische omstandigheden die het leven van de mens bepalen en tot een strijd tussen de verschillende klassen hebben geleid. Een klasseloze maatschappij, bestuurd door een sterk gecentraliseerde overheid, moet dan borg staan voor een gelijke verdeling van kansen en goederen. Ook het socialisme gelooft tot op vandaag in een ‘maakbare samenleving’, die van bovenaf wordt gedirigeerd in de richting van meer gelijkheid en solidariteit voor iedereen. Hoe waardevol en lovenswaardig veel van die nieuwe ideologische principes ook waren, in werkelijkheid hebben ze lang niet altijd tot het beoogde resultaat geleid.

Het liberalisme heeft, door zijn overbeklemtoning van een vrije markteconomie, een wereld geschapen waarin multinationals, lobbygroepen, noodzakelijke groei en winst het voor het zeggen hebben. Overal waar marxisme en communisme hun intrede deden, werd de maatschappij op een dictatoriale manier omgevormd tot een collectieve dwangbuis. In een liberale staat probeert men de samenleving te veranderen door meer individuele vrijheid met een zo beperkt mogelijke staatsinmenging, bij marxistisch geïnspireerde systemen is het juist het omgekeerde.

De multiculturele samenleving

Dit is een vrij nieuwe maatschappijvorm waarin mensen met vaak heel verschillende culturen, religies en gewoonten proberen samen te leven onder het gezag van een democratisch verkozen bestuur, dat erop toekijkt dat de grondwet en de mensenrechten door iedereen worden gerespecteerd. In tegenstelling tot andere ideologieën is deze visie op de samenleving veeleer ontstaan vanuit de praktijk dan vanuit een theorie. De migratiestromen, die ook al in de 19e en de 20e eeuw bestonden, maar die vooral sinds enkele decennia enorm zijn toegenomen, hebben (aanvankelijk) niet alleen nieuwe mogelijkheden gecreëerd, maar ook heel wat problemen die – met name in Westerse landen – stilaan een explosieve omvang hebben aangenomen.

Tot voor kort werd iedere vorm van kritiek op de multiculturele samenleving de mond gesnoerd met het verwijt dat het om racisme zou gaan. Die reflex kwam en komt nog altijd vooral uit linkse hoek. Extreem-rechtse politieke partijen, zoals het Vlaams Belang in zijn beginperiode, hebben er, met hun agressieve en fanatieke aanpak, toe bijgedragen dat het een tijdlang onmogelijk was om multicul­tu­raliteit ter discussie te stellen zonder dat men daarbij automatisch de stempel ‘fascist’ kreeg. Het daarop volgende ‘cordon sanitaire’ rondom deze partij was aanvankelijk een strategie om het extreem-rechtse gedachtegoed dood te zwijgen, maar ontaardde al vlug in een soort struisvogelpolitiek om de groeiende problemen niet onder ogen te hoeven zien.

Wanneer we het hebben over multicultuur dan bedoelen we daarmee iedere samenlevingsvorm die bestaat uit alle mogelijke etnische en religieuze culturen. Sinds het ontstaan van de Europese Unie, en dan vooral de Raad van Europa, zijn het echter niet langer de afzonderlijke landen die zeggenschap hebben over wie al dan niet wordt toegelaten, maar zijn het de Europese politici die vanuit hun ivoren toren de deuren voor de hele wereld wagenwijd hebben opengezet. Nog maar pas werd Nederland door de Raad van Europa zelfsverplicht om uitgeprocedeerde asielzoekers opvang te bieden. Men kan zich daarbij de vraag stellen waartoe al die geld- en tijdverslindende asielprocedures dan nog dienen.

Binnen de unie zelf is er al helemaal geen controle meer over wie zich waar vestigt. Nochtans kan niemand ontkennen dat de problemen, die met name door de almaar groter worden islamitische bevolkingsgroep worden veroorzaakt, stilaan een kookpunt hebben bereikt. Toch blijven vooral linkse politieke partijen en opiniemakers koppig volhouden dat de multiculturele samenleving een verrijking is die ons, desnoods door wetten en onder dwang, moét worden opgedrongen. Meer nog: extremisme, radicalisering, ghettovorming, islamisering en mislukte integratie zijn nooit de schuld van de moslims zelf, maar altijd van ons, racistische westerlingen. Het lijkt dan ook alsof politiek links de idee van de katholieke erfzonde volledig heeft overgenomen en vertaald in een ideologische visie op een nieuwe ‘maakbare’ – ik schreef bijna ‘afdwingbare’ – maatschappij. Tijd om ons af te vragen waar die politieke oogkleppen en dat bijna masochistische schuldgevoel vandaan komen.

Mea culpa, mea maxima culpa

Jarenlang ben ik lid geweest van Groen (toen nog Agalev), ik ben een tijdje plaatselijk voorzitter van de partij geweest, heb verscheidene keren op de kandidatenlijst voor de gemeenteraadsverkiezingen gestaan, heb meegewerkt aan een lokaal nieuws- en opinieblad, en meer dan eens deelgenomen aan (protest)acties. Met twee Groen-standpunten heb ik het echter almaar moeilijker gekregen: hun lakse houding ten opzichte van jeugdcriminaliteit, waarbij de klemtoon altijd maar weer op ‘be­ge­leiden’ en ‘heropvoeden’ ligt, en hun kritiekloze visie op de hand over hand toenemende problemen die door de multiculturele samenleving worden veroorzaakt. Samen met andere linkse partijen (socialisten en zelfs communisten die sinds kort opnieuw hun bescheiden intrede in het parlement hebben gedaan) , gaan ze ervan uit dat de voedingsbodem voor criminaliteit, onverdraagzaamheid en racisme altijd in onze eigen maatschappij is te vinden. Daarmee duwen ze misdadigers en (extremistische) moslims telkens weer in een slachtofferrol. Die eenzijdige, en in mijn ogen verkeerde, benadering is juist de oorzaak van toenemende criminaliteit en radicalisering (die dan ook nog eens vaak samengaan).

Onwetendheid

Het valt me op dat de linkerzijde die de islam zo graag koestert eigenlijk weinig of niets weet over die religie. De Koran hebben de meesten niet gelezen. Toegegeven, het is ook geen aangename lectuur, maar als je een godsdienst – die zich tegelijkertijd als ideologie opwerpt – verdedigt, dan is het wel goed te weten waar die voor staat. De meeste verdedigers van de islam komen nooit verder dan het citeren van een paar, zogezegd, vredelievende citaten uit de Koran, alhoewel de oorlogszuchtige en discriminerende passages duidelijk de overhand hebben. De Koran is dan ook een verwarrend en tegenstrijdig boek. De vele inconsequenties die erin voorkomen, zijn ontstaan doordat de Sũra’s niet chronologisch zijn gerangschikt, maar kriskras door elkaar.

In zijn vroege periode, in Mekka, had de jonge Mohammed niet de macht die hij later, in Medina, zou krijgen. Hij moest immers eerst zieltjes zien te winnen voor zijn nieuwe religie, en dat deed hij aanvankelijk door zich verdraagzaam op te stellen en zowel moslims, joden als christenen tot de gelovigen te rekenen (Koran 2:62). Hij deed in die periode ook het soort uitspraken dat door islamverdedigers zo graag (meestal verkeerd) wordt geciteerd, zoals: ‘Er is geen dwang in de godsdienst’ (Koran 2:256) of het voorschrift dat ‘wie een ziel doodt’ eigenlijk ‘de mensen altezamen’ doodt (5:32). Het eerste vers stamt nog uit de beginperiode van Mohammed, in Mekka, toen hij nog geen macht had. De latere verzen waarin hij oproept om ‘ongelovigen’ te doden en om ten strijde te trekken voor de islam – ook al is het met tegenzin – vertellen heel wat anders.

Het verbod om te doden, waarover hij het heeft, en dat islamfanaten graag aanhalen om te bewijzen dat de islam een vredelievende godsdienst is, is volledig uit zijn context gerukt. Mohammed verwijst op die plaats immers naar een uitspraak van Mozes, die de moord van Kaïn op Abel veroordeelt. De Koran wil daarmee juist aantonen hoe onbetrouwbaar joden en christenen wel zijn. Onwetendheid is dan ook een van de belangrijkste oorzaken dat de Islam in de 21e eeuw nog altijd kan doorgaan voor vredelievend en tolerant ten opzicht van andersdenkenden. Op die onwetendheid wordt bovendien handig ingespeeld door imams en andere ‘korangeleerden’.

Naast de Koran, die als eeuwige waarheid wordt voorgesteld, zijn er echter nog de hadith. Dat zijn vele honderden uitspraken die, via mondelinge overlevering, aan de profeet worden toegeschreven, en die hierdoor kracht van wet krijgen. De meeste islamverdedigers hebben nog nooit van die hadith gehoord, ook al regelen ze voor een groot deel het dagelijkse leven van de moslims. Je zou die overgeleverde teksten een beetje kunnen beschouwen als de evangeliën van de apostelen. De meeste hadith gaan terug op de Sïhãh Sittah, dat zijn de ‘Zes Betrouwbare Werken’. De teksten van Boechãri behoren tot de meest gezaghebbende. In zijn voorwoord tot ‘Een Handboek van Hadith’ schrijft Maulana Muhammad Ali dat de overleveringen van Boechãri een noodzaak zijn voor iedere moslim, maar dat hij zich vooral heeft beperkt tot de onderwerpen ‘die betrekking hebben op de praktische kant van het leven van een moslim’ (p.12). Wat volgt in het mooi uitgegeven, bijna 400 bladzijden dikke boek is een opsomming van halfzachte voorschriften met betrekking tot het bidden, de reiniging van het lichaam, de bedevaart, voedsel en drank, enz. Het klinkt allemaal erg ‘ouderwets’, maar meestal onschuldig. Wanneer er hier en daar toch een intolerant trekje merkbaar is, haast de samensteller zich om daar, in een voetnoot, een relativerende interpretatie aan toe te voegen.

Ik geef enkele voorbeelden. Over de imãm wordt (op p.120, hadith 6) het volgende gezegd: ‘En jullie zijn verplicht het gebed te verrichten achter elke moslim, of hij nu deugdzaam of slecht is, zelfs als hij schuldig zou zijn aan gruwelijke zonden.’ Met andere woorden: haatpredikers zijn toegelaten. Muhammed Ali, de samensteller, haast zich echter om er in een voetnoot aan toe te voegen dat zo’n imam waarschijnlijk ‘per abuis’ werd aangesteld. Maar zo lang hij niet uit zijn ambt wordt ontzet, moet men hem volgen.

Met de oproep tot de jihad (de heilige strijd tegen de ongelovigen) heeft Ali het al wat moeilijker. Wanneer in hadith 11 (p.250) wordt gezegd: ‘En weet dat het paradijs zich onder de schaduw van de zwaarden bevindt’, dan probeert de samensteller daar een onhandige draai aan te geven door te schrijven dat het hier om zelfverdediging gaat. In de Koran wordt nochtans luid en duidelijk tot de strijd opgeroepen en wordt dit zelfs als een plicht beschouwd. In hadith 17 (p.253) getuigt iemand hoe hij van de profeet Mohammed het rechtstreekse bevel kreeg om de ongelovigen te bestrijden ‘totdat zij de getuigenis afleggen dat er geen god is dan Allãh (…)’. Van zodra zij zich tot de islam bekeren ‘zullen hun bloed en hun bezittingen bij mij veilig zijn (…). Dat is dus precies wat Islamitische Staat nu aan het doen is: wie zich bekeert tot de islam wordt (soms) gespaard, als hij of zij tenminste de nodige ‘belastingen’ betaalt.

Dat de wetten van een land ondergeschikt zijn aan die van Allah (p.377) staat er echter zo duidelijk en ondubbelzinnig dat zelfs Ali het niet kan ontkennen. ‘Een bevel dat indruist tegen de Heilige Koran en de gezaghebbende hadith’, zo voegt hij eraan toe, kan dan ook ‘niet aanvaard worden’. Of anders gezegd: een moslim kan met een gerust geweten zijn laars lappen aan de wetten van het land waarin hij verblijft; hij is het zelfs verplicht!

Tijdens het lezen van dit oervervelende boek viel het mij op dat er, aan de nummering te zien, heel wat hadith waren weggelaten. Ik heb de ontbrekende overleveringen van Boechãri elders opgezocht, en die waren heel wat minder ‘onschuldig’. Een korte bloemlezing (vertaald uit het Engels) kan dat bewijzen. In hadith 001:008 zegt ‘de boodschapper van Allah’ dat diegenen die weigeren te getuigen dat er maar één god is, moeten worden bestreden tot ze dat wél doen. Het bloed van een moslim zelf mag slechts in drie gevallen worden ‘verspild’: bij overspel binnen het huwelijk, bij eerwraak (a life for a life) en bij een ‘afvallige’ (iemand die de islam verlaat). Wanneer een moslim een ongelovige doodt is dat volgens de islam echter géén strafbaar feit (hadith 052:283). Overspel binnen het huwelijk wordt, zoals algemeen geweten, bestraft met steniging.

Volgens minstens drie hadith gaf Mohammed zelf de opdracht om een overspelige te stenigen. Islamliefhebbers wijzen er soms op dat er over steniging niets in de Koran staat. Dat klopt. Wilt u ook weten hoe dat komt? In een van de hadith wordt dat verteld. Toen Mohammed de openbaring ontving, was er wel degelijk sprake van steniging in de Koran, maar om een onduidelijke reden is die passage eruit verdwenen. Nochtans mag er, volgens de hadith, geen twijfel over bestaan dat ze wel degelijk moet worden voltrokken, iets wat dan ook voortdurend gebeurt in islamitische landen met een shariawetgeving.

Moslims zijn ook huichelachtig als het op dierenwelzijn aankomt. Ze zijn, zogezegd, tegen onnodig lijden, maar eisen wel dat schapen bij bewustzijn en zonder enige verdoving de keel worden overgesneden, waarna ze langzaam doodbloeden. Ook Mohammed was niet bepaald een dierenliefhebber. In de hadith staat een hele lijst van dieren die zonder meer mogen worden gedood: slangen, salamanders, ratten, kraaien en… ook honden. Een moslim die een hond houdt zonder dat hij die gebruikt voor de jacht of voor het bewaken van een kudde, is een zondaar.

In andere hadith wordt dan weer opgeroepen om onmiddellijk te gaan strijden wanneer een moslimleider dat vraagt. Het hoogst denkbare dat een moslim kan bereiken is immers het martelaarschap in dienst van zijn geloof. Joden moeten tot de allerlaatste worden uitgeroeid. Zelfs wanneer zij zich achter een rots verschuilen, zo verklaart hadith 052:268, zal die rots hen verraden met de woorden: ‘Er verbergt zich een Jood achter mij, dood hem.’ Mohammed zelf maakte gebruik van huurmoordenaars om rivalen en ongelovigen uit de weg te laten ruimen, zoals blijkt uit verscheidene hadiths (052:270-271).

Waarom, zo vroeg ik mij af, werden onder meer die hadiths, weggelaten in ‘Een Handboek van Hadith’? Het antwoord staat in het voorwoord: ‘Het onderhavige werk werd ondernomen, om in de eerste plaats in de behoefte van de Engelse bekeerlingen tot de islam te voorzien’. De samensteller heeft dus geoordeeld dat hij het beter bij een slap afkooksel kon houden, tot de bekeerling in kwestie daadwerkelijk moslim was geworden. Waarna er geen terugweg meer mogelijk is. Die techniek staat in de islam bekend als ‘taqiyya’, en komt erop neer dat een moslim mag liegen en bedriegen wanneer dat zijn religie ten goede komt. In hadith 08: 618 van de Boechãri-verzameling (de meest gezagvolle in de islam) staat dat moslims zich niet aan een eed hoeven te houden wanneer hun dat beter uitkomt. In hadith 052:269 staat het zo: ‘oorlog’ (in dienst van de islam) is bedrog’.

Respect!

Het is voor mij altijd een onverklaarbare contradictie geweest dat de politieke linkerzijde tot op vandaag afgeeft op de vroegere macht en hypocrisie van de clerus, terwijl ze tegelijkertijd onvoorwaardelijk respect eist voor een religie als de islam, die de klok nog een paar eeuwen verder terug wil draaien. Wie vindt dat religie – welke dan ook – respect verdient, raad ik aan ‘God als misvatting’ van Richard Dawkins te lezen. Eindeloos is de gruwel die in de loop van de menselijke geschiedenis in naam van godsdiensten werd gepleegd. Dat vrijgevochten vrouwen en homo’s volgens de islam strenge straffen verdienen (gaande van geseling tot steniging), is blijkbaar geen afdoende reden voor links om die religie met een bijzonder kritisch oog te bekijken. Integendeel, als ze eraan mee kunnen helpen om de (onderdrukte) positie van de moslimvrouw in stand te houden (ik denk bijvoorbeeld aan de strenge kledingvoorschriften of het verplicht dragen van een hoofddoek), dan staan ze op de eerste rij om de (mannelijke) moslims ter wille te zijn.

Ze spelen ook graag voor weldoener, maar dan wel met belastinggeld, wanneer het erop aankomt subsidies te verstrekken voor de bouw van moskeeën en moslimscholen, zonder zich verder vragen te stellen over de vaak bedenkelijke dingen die daar gebeuren. Wetten op dierenwelzijn zijn opeens van geen tel meer, want voor de afschuwelijke traditie van het ritueel slachten moeten we ‘respect’ hebben. Wanneer een sadist ’s nachts paarden verwondt of doodt, dan wordt die – terecht! – opgespoord door de politie en voor het gerecht gebracht. Maar wanneer moslims schapen op de meest pijnlijke manier slachten, dan krijgen ze daarvoor alle faciliteiten.

De (in ons land overwegend linkse) media grijpen iedere kans – hoe banaal ook – aan om moslims in een goed daglicht te plaatsen, en tonen alleen de mislukte kanten van de multiculturele samenleving wanneer het echt niet anders kan. Ze voeren dan ook meteen ‘experts’ op die met een onderlig­gen­de verklaring moeten komen, die er telkens weer op neerkomt dat het veel voorkomende geweld en de toenemende criminaliteit bij migranten onze schuld is. Laatst hoorde ik professor Rik Coolsaet op televisie nog zeggen dat we de dreiging van Islamitische Staat niet zo ernstig moeten nemen en dat de radicalisering bij de jongeren in onze Belgische steden maar weinig met de islam of de jihad te maken heeft. Het gaat, volgens hem, in de meeste gevallen om ‘ontspoorde pubers’ die op zoek zijn naar ‘een kick’. En in het Nederlandse praatprogramma Pauw zaten onlangs twee jammerende vaders van jihadisten die in het lang en het breed mochten uitleggen dat wij, racistische westerlingen, de enige oorzaak van de radicalisering van hun zonen zijn. Van enige zelfkritiek was en is er nooit sprake. En de anders zo kritische linksen slikken het allemaal als zoete koek.

De geschiedenis heeft al meer dan eens bewezen dat linkse partijen graag twijfelachtige sympathie en misplaatst ‘respect’ hebben voor totalitaire regimes waarin – zo blijkt uiteindelijk – de mensenrechten op een bijzonder laag pitje staan. Het flirten met de Chinese culturele revolutie, met Stalin of met Pol Pot en zijn Rode Khmers zijn maar een paar van de zware historische vergissingen die werden gemaakt. Links wil nu eenmaal graag de ‘ideale’ maatschapij creëren, en vandaag is dat in hun ogen de multiculturele. Al zou het wellicht beter zijn om te spreken van de ‘multi-ideologische’ samenleving. Dat ze, om die te verwezenlijken, voortdurend toegevingen moeten doen en zich in een beschamend schuldgevoel moeten wentelen, lijkt hun te ontgaan, of alleszins niet te storen. Als het moet, zijn ze bereid om de meeste Westerse waarden (tot zelfs de kleur van Zwarte Piet toe) te offeren op het altaar van de heilige multiculturaliteit. Alles liever dan ook maar een zweem van onverdraag­zaamheid te wekken. Dat is niet alleen naïef en laf, het getuigt ook van erg weinig zelfrespect en van hooghartigheid tegenover de vele mensen die zich wél zorgen maken over wat er dagelijks fout gaat.

De groenen, de socialisten en communisten blijven echter koppig en hautain volhouden dat de multiculturele samenleving – en dan vooral de aanwezigheid van de moslims erin – een ‘verrijking’ voor ons allemaal is. Ze zijn ziende blind en willen niks liever dan dat iedereen dat zou zijn. Die politieke ‘elite’ krijgt daarbij steun van valse profeten als Kristien Hemmerechts, Tom Lanoye en Erwin Mortier (om er maar enkelen te noemen). De altijd even mediageile Hemmerechts, onze feministische tante van het eerste uur, lijkt daarbij te vergeten hoe vrouwvijandig de islam wel is. Haar – overigens weinig aantrekkelijke – naaktfoto in het NWT destijds zou haar in een islamitisch land minstens 90 zweepslagen hebben gekost. Lanoye en Mortier zouden daar al lang zijn opgeknoopt wegens hun sexuele geaardheid. Met een arrogantie die je niet voor mogelijk houdt, willen die cultuurdwingelanden – die zich in het diepst van hun gedachten graag een beetje god voelen – de bekrompen, xenofobe en discriminerende bange blanke een ‘geweten schoppen’. Ze verdedigen een achterlijke religie die de klok eeuwen terug wil draaien en die openlijk haat, geweld en overheersing predikt, zonder klaarblijkelijk te beseffen dat zij er de eerste slachtoffers van zouden worden. Mogen we dat dom noemen? Naïef? Hypocriet?

Zo kritisch als ze staan tegenover het christendom, zo tolerant zijn ze tegenover een intolerante religie die door een ijlende en aan wanen lijdende profeet in het leven werd geroepen. Want zoals zovele zelf uitgeroepen goddelijke vertegenwoordigers, ontving ook Mohammed zijn heilige boodschap in een toestand van trance en droom, tijdens dewelke hij stemmen hoorde. Volgens meerdere hadith onderging hij daarbij een complete fysieke verandering; zijn gezicht werd rood, hij begon hevig te zweten en het was alsof er ‘een soort dood over het lichaam kwam’ (Een Handboek van Hadith, pp.30-31). Hoe zouden we vandaag iemand noemen die tijdens visioenen of in trance stemmen hoort en engelen ziet verschijnen? Een schizofreen? Of waren de openbaringen het gevolg van de epilepsie waaraan Mohammed zou hebben geleden?

Dat de islam borg staat voor kennis, leergierigheid en onderwijs, zoals een hadith beweert (p.46-47), wordt niet alleen hier en nu tegengesproken door het enge (godsdienst)onderwijs dat aan moslims wordt gegeven en dat meer weg heeft van een hersenspoeling; het wordt ook weerlegd door een andere hadith (die Muhammad Ali heeft weggelaten). Daarin wordt gewaarschuwd voor ‘nieuwe wetenschappelijke uitvindingen en kennis, want iedere innovatie heeft dwaling tot gevolg en leidt naar het hellevuur. Vandaar dat Islamitische Staat scholen heeft opgericht waarin alleen de koran en de sharia zal worden onderwezen. Iets wat hen er overigens niet van weerhoudt om wél gebruik te maken van de modernste wapens en technologie.

Maar wat ze daar in Syrië en Irak doen, dat heeft volgens onze (linkse) politici en multiculturele profeten niets, maar dan ook niets met de islam te maken. Dat zijn terroristen. Het klinkt cynisch, maar de jihadisten van IS zijn niet alleen moslims; ze zijn ook de perfecte incarnatie van het soort ‘heilige strijder’ zoals die in de koran en in vele hadith wordt voorgesteld. En hun zelf uitgeroepen kalifaat is de staatsvorm waarvan Mohammed in zijn koortsige en warrige visioenen altijd heeft gedroomd. Groen, SP-a en PVDA doen me dan ook meer en meer denken aan Herr Biederman und die Brandstifter, het toneelstuk van Max Frisch, waarin de hoofdfiguur, uit angst, respect en misplaatste menslievendheid, enkele brandstichters onderdak biedt. Zijn dwaze, vooral door lafheid ingegeven, verdraagzaamheid wordt zijn ondergang.

Kijk eens hoe ruimdenkend!

Politiek rechts is conservatief, katholiek, bekrompen, burgerlijk en besmet door de erfenis van het fascisme, terwijl links staat voor openheid, creativiteit, ruimdenkendheid en een vast geloof in ‘de nieuwe mens’, die – willen of niet – uit de rijke voedingsbodem van de multiculturele samenleving zal worden herboren. Dat is althans wat de linkerzijde ons zo graag wil doen geloven. De ‘ruimdenkend­heid’ waarmee ze zo hoog oplopen en die ze tot algemene norm willen verheffen, heeft echter een kwalijk geurtje. Het lijkt er immers sterk op dat links zich wil profileren met een nieuw soort ‘humanisme’, dat ze als verlichte despoten aan iedereen willen opdringen. Wie hen tegenspreekt of attent maakt op allerlei misstanden, wordt meteen naar het rechtse ‘Kampf’ verwezen. Erwin Mortier hoort nu al ‘de echo van laarzen door ons eerbiedwaardige parlement’ galmen (in zijn opiniestuk in De Morgen van 27 oktober 2014, Ik ga Laurette Onkelinckx gelijk geven).

Die ‘ruimdenkendheid’ wordt echter op een oneerlijke en hypocriete manier afgedwongen. Iedere aanval op het stereotiepe beeld van de ‘kansloze, gediscrimineerde migrant die door ons naar radicalisering en extremisme wordt gedreven’ wordt niet alleen dadelijk de mond gesnoerd; waar en wanneer het kan wordt zonder schroom censuur toegepast. Nieuws- en krantensites, zoals die van de VRT, van Knack en van De Morgen, weren bijvoorbeeld iedere intellectueel geaarde kritiek op de islam en de multiculterele samenleving. Schelden en vervloeken worden wel toegestaan, te zien aan de vele reacties op hun fora, want zoiets kan altijd worden gebruikt als ‘bewijs’ dat er wel degelijk racisme onder de eigen bevolking leeft. Racisten zijn er natuurlijk altijd en overal geweest en zullen er ook altijd zijn, maar dat de holle, krachtpatserige retoriek van een partij als Het Vlaams Belang bitter weinig van die zogezegd Vlaamse racisten ook echt lijkt aan te spreken, is ondertussen wel klaar en duidelijk geworden. Dat veel van die scheldpartijen op internetfora een uiting zijn van onmacht en van toenemende angst voor de onzekere, en zelfs gevaarlijke weg die onze samenleving is ingeslagen, komt niet eens op in die verlichte linkse hoofden.

Juist zoals de mensen het niet meer nemen dat de gewone werknemer altijd maar weer moet opdraaien voor de hoge staatsschuld, terwijl de stinkend rijken en multinationals worden gespaard, zo hebben heel wat Vlamingen er genoeg van dat zij door moslims en hun linkse verdedigers telkens weer in de rol van daders worden geduwd. Een schuld die alleen maar kan worden uitgewist door opnieuw toe te geven aan steeds maar verdergaande moslimeisen. De uitspraak ‘Geef ze een hand en ze pakken een arm’ volstaat al lang niet meer. De islam wil alles en iedereen beheersen, en daarvoor hoeven ze weinig of niets te doen. Hun linkse beschermheren en -dames doen het in hun plaats wel. Als de moslims niet willen integreren, dan zit er blijkbaar maar één ding op, en dat is hen tegemoetkomen (aparte zwemuurtjes voor de vrouwen, halal, aangepast onderwijs, het recht om tijdens de werkuren te bidden, en ga zo maar door, de lijst is eindeloos). De mate waarin linkse islamfanaten bereid zijn om typisch Westerse waarden op te offeren voor de droom van het multiculterele paradijs, neemt angstwekkende vormen aan.

Als scenarist heb ik onder meer een vijftiental scenario’s voor de crimi Witse geschreven. In veertien van die afleveringen was een blanke de dader. Toen ik in één aflevering (met als titel Inch’ Allah) een moslim als schuldige wilde opvoeren, werd ik meteen teruggefloten door ‘de cel diversiteit’ van de VRT, die streng controleert of er nergens sprake is van racisme of van verkeerde beeldvorming van de migrant. Ik heb de hele aflevering mogen herwerken, tot de van criminaliteit verdachte migrant uiteindelijk een slachtofferwerd van stoute, gewetenloze blanken.

Erger nog was dat het ongunstige onderzoek van Marion Van San, waarin werd aangetoond dat migranten opmerkelijk meer in de criminaliteitsstatistieken voorkomen, indertijd door ‘witte ridder’ Marc Verwilghen met alle geweld uit het nieuws werd gehouden. Dat strookte immers niet met het politiek correcte beeld dat de toenmalige regering van de migrant wilde tonen. Ook Kristien Hemmerechts voelde zich toen geroepen om op tv luidkeels te komen protesteren tegen zoveel leugens en platte stigmatisering. Ze had de intellectuele capaciteiten en weerbaarheid van Van San echter zwaar onderschat en moest met een van woede trillende stem en blik de ene na de andere mokerslag incasseren. Voor één keer was haar grote bek niet opgewassen tegen de argumenten van iemand die wist waarover ze het had.

De ruimdenkendheid waar politiek links zich zo graag op beroept, heeft ook nog een opportunistisch trekje. Door moslims op hun kieslijsten te plaatsen en de lof van de multiculturaliteit te zingen, willen ze doodeenvoudig stemmen ronselen. Dat ze daarmee het paard van Troje (of is het dat van Medina?) dreigen binnen te halen, blijkt uit wat de Nederlandse PVDA onlangs is overkomen. Hun partij was immers geïnfiltreerd door twee geradicaliseerde Turken die veeleer de belangen van Erdogan dan van de Nederlandse burgers dienden.

Uitzichtloos?

Zoals zo vaak zal de oplossing voor de vele problemen van de multiculturele samenleving niet van onze politici komen, die er weinig of niets aan willen of zelfs durven te veranderen. Ze voelen zich daarin gesterkt door Europa, dat de toestroom van ontheemden en slachtoffers van islamgeweld die onze aftakelende sociale voorzieningen nog wat meer komen belasten, alleen maar aanmoedigt. De tegenstroom zal dus van onderuit moeten komen. Het is trouwens vooral de eigen bevolking die iedere dag weer aan den lijve ondervindt dat onze samenleving aan het ontsporen is. De pertinente onwil van de meeste moslims om zich te integreren en om hun steentje bij te dragen aan de maatschappij waar ze uiteindelijk toch zelf voor hebben gekozen, is ondertussen overduidelijk.

Vooral de jongste generatie is doordrongen van haat en fanatisme, en beschouwt het Westen als een te veroveren gebied waarin de sharia en extremistische koppensnellers het voor het zeggen moeten krijgen. En nóg hebben onze politici het niet begrepen en blijven ze hun verdorven heil zoeken in toegeven. Recent nog heeft Sp-A-politicus Hans Bonte, naar aanleiding van gruweldaden die door jihadisten uit Vilvoorde in Syrië werden gepleegd, opgeroepen om de jonge moslims in zijn stad te ‘beschermen’ door preventief hun paspoort af te nemen.

Zou het bij Bonte al eens zijn opgekomen dat het zijn eigen burgers zijn die moeten worden beschermd tegen die waanzinnige godsdienstfanaten? En zijn het in de eerste plaats niet de ouders van zulke jonge sadisten die zouden moeten instaan voor (de opvoeding van) hun eigen kinderen? Maar neen, dat doen ze niet. Het is immers veel makkelijker om de schuld van het extremisme van hun kroost bij ons, de altijd en overal racistische Belgen, te leggen.

Wie naar de barbaren van Islamitische Staat wil vertrekken, doet maar wat hij niet laten kan. Maar ze moeten dan wel weten dat ze hier nooit of nooit nog welkom zijn. En als er bewijzen zijn van gruwelijkheden die ze hebben begaan, zoals de Vilvoordse jihadist die opdook in een massaonthoofdingsvideo, dan moet er tegen die moordenaars een internationaal aanhoudingsbevel worden uitgevaardigd. Politici moeten eindelijk hun verantwoordelijkheid nemen in plaats van altijd maar de kant te kiezen van diegenen die onze maatschappij te schande maken.

Hoe kunnen ze dat doen? Door geen enkele vluchteling nog toe te laten tot ons grondgebied? Door alle illegalen uit te wijzen? Het klopt dat de voorwaarden voor een verblijf in België veel strenger moeten worden en dat er ook naar wordt gehandeld. Iemand die geen toelating krijgt gewoon wandelen sturen met de vraag om het land te verlaten, is complete onzin.

Een conditio sine qua non om zich in ons land te vestigen zou ook de verklaring moeten zijn dat moslims de wetten van hun religie niet langer boven die van de staat plaatsen. Toen ik een tiental jaar geleden Iran bezocht, moest ik een voorgedrukt briefje ondertekenen waarmee ik mij akkoord verklaarde om de wetten van de islam te respecteren zo lang ik op Iraanse bodem was. Wie hier in België meent dat hij of zij zich niet naar onze wetten en gewoonten hoeft te schikken, mag meteen zijn boeltje pakken en naar Islamitische Staat verhuizen, waar de genadeloze en wrede sharia heerst. Gedaan dus met al die uitzonderingen op allerlei wetten en voorschriften, en dit met terugwerkende kracht. Als zelfs onze koning moet zweren dat hij de grondwet en de wetten van het Belgische volk zal gehoorzamen, waarom hoeven moslims dat dan niet te doen.

Moslim word je ook niet uit eigen vrije keuze (tenzij idioten die zich tot de islam bekeren, waarna ze nooit meer terug kunnen). Als moslim word je geboren. De mogelijkheid om die achterlijke godsdienst af te zweren, bestaat niet. In islamlanden staat er de doodstraf op, die ook daadwerkelijk wordt uitgevoerd (Iran, Saoudi-Arabië…). In niet-islamlanden worden ‘afvalligen’ – en zo ken ik er persoonlijk – door hun eigen familie bedreigd en verstoten. Als er mensen moeten worden beschermd, dan is het niet het verziekte moslimcrapuul waar socialist Hans Bonte het over heeft, maar wel degenen die de moed en de durf hebben om ‘neen’ te zeggen tegen een totalitaire en onverdraagzame religie die niet minder wil dan de wereld domineren.

Het zijn die mensen die ons respect écht verdienen.

Geraadpleegde literatuur:

  • De koran (De Arbeiderspers, Amsterdam, 1997)
  • Een Handboek van Hadith (Stichting Ahmadiyya Isha ‘at-i-Islãm, Den Haag, 2001)
  • hadithcollection.com
  • De islam. Kritische essays over een politieke religie (red. Sam van Rooy, Wim van Rooy, ASP nv, 2010)
  • De malaise van de multiculturaliteit (Wim van Rooy, Acco, 2008)
  • Onder de gelovigen (V.S. Naipaul, Pandora, 2002)
  • Allah weet het niet beter (Afshin Ellian, Meulenhoff, Amsterdam, 2008)
Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s